Zorg ervoor dat je lichaam geen klappen krijgt terwijl je loopt. Deel er juist zelf de klappen mee uit!
Categorieën
-
Meest recente berichten
Meta
Zorg ervoor dat je lichaam geen klappen krijgt terwijl je loopt. Deel er juist zelf de klappen mee uit!
Het Tweede Gebod is de redding van elk geloof. Zelfs voor de wetenschap is het een nobel adagium.
Natuurlijk mag u zich gerust beelden snijden, van alles op aarde of in de hemel. Verboden is alleen om ooit op te houden met snijden, opdat het beeld nooit gesneden zal zijn.
“Weerlegging van elke wetenschappelijke weerlegging van mijn godsdienst:
Hoe kunt u, de resultaten van uw onderzoek in de hand, uitgevoerd met instrumenten die u nota bene van de Almachtige God zelf hebt gekregen en waarvan Hij bepaalt wat u ermee ziet, beweren dat Hij niet bestaat!
Tot het einde der tijden kunt u doormodderen op uw hopeloze zoektocht der wetenschap. U zoekt niet Hem, u zoekt Hem slechts te ontkennen. Begrijpt u dan niet dat God zich voor u verbergt? Zalig zijn zij die niet zien en toch geloven.”
Geef voor jezelf betekenis mee aan elk woord dat je van plaats verandert, toevoegt of laat staan. Dan staat er in ieder geval voor één geïnteresseerde lezer alvast een betekenisvolle tekst. Minstens dat is nastrevenswaardig.
In het echt is de dood natuurlijk heel iets anders dan het fenomeen waarbij ik me op mijn gemak voel, waarvan ik vind dat het bij het leven hoort, waarvoor ik ongevoelig ben en waar ik nuchter tegenaan kan kijken. Onbewogen bezie ik bijvoorbeeld een jonge zebra die op tv door een leeuw wordt gegrepen, of een gewonde cheeta die in het licht van de ondergaande zon voor de laatste keer zijn kop neerlegt om te sterven. Maar ook de beelden van rampen en kindersterfte doen me niets. Zelfs het idee van mijn eigen dood, of van de mensen om me heen kan me niet verontrusten. Die beelden hebben niets te maken met mijn werkelijkheid. Ze zijn niet echt.
En ja, ik weet wel dat die verschrikkelijke dingen zich ergens werkelijk afspelen, en dat ik het moment van sterven ook zelf nog ga beleven, of de dood van een vriend. Maar hoe en waarom onttrekt zich aan mijn blik en daardoor kan ik er niet bang voor zijn. Ik heb alleen de wereld om me heen, waar zich eigen gebeurtenissen afspelen. Meestal is er hier geen dood te bekennen, dat is maar beeld en fantasie.
De werkelijkheid van de dood bestaat uit een lijk. Een levenloos lichaam, waarvan je onherroepelijk moet erkennen dat je er onlangs nog feest mee vierde, je sprak ertegen, het lachte en maakte zijn kleine gebaren, jullie hadden plezier. Datzelfde lichaam ligt hier nu als lijk. Dan zakt je de moed in de schoenen en ik kon geen stap meer verzetten.
‘Hij ziet er echt niet eng uit’, zo verzekerde ons de begrafenisondernemer terwijl we langs hem liepen naar onze vriend. Hij kreeg gelijk, het was niet eng. Het was een lijk, waarvan de uitdrukkingloosheid me diep schokte. Dat lijk was mijn ontmoeting met de dood.
Dood is de rug van mijn broer, die ik te zien kreeg terwijl de ondernemers bezig waren hem op hun brancard te leggen, waarvoor ze hem even op zijn zij moesten zetten. Zijn rug was donker. Ik keek naar zijn bloed, dat zonder de stuwing van het hart alleen nog de zwaartekracht gehoorzaamde en het laagste punt had opgezocht. Daar stond het stil, als een gigantische blauwe plek.
Dat zien, dat is fysieke dood.
Nee, ik geloof niet in een god die willens en wetens het heelal heeft geschapen.
Nee, ik geloof niet in zijn eniggeboren zoon die naar de aarde is afgedaald om ons te redden.
Nee, ik geloof niet in de hemel waar we na onze dood voor eeuwig gelukkig kunnen worden.
Nee, ik ben atheïst.
Ik geloof dat het na mijn dood afgelopen is met mij.
Ik geloof dat niets of niemand zich om mij bekommert.
Ik ben alleen, samen met alles om mij heen.
Dat is meer dan een afwijzing van de christelijke god.
Die god heeft er niets mee te maken. Ik ga op zoek naar mijn eigen.
Heel lang ben ik doodsbang geweest voor het donker. Als kind lag ik in bed en stelde ik me grijze wolven voor, die over de rand van het bed sprongen, in volle achtervolging, hun gevaarlijke koppen tussen hun gestrekte voorpoten, hun blik strak gericht op hun prooi, dat was ik. Het waren dan ook geen wolven van de steppen die op me joegen, het waren de wolven uit sprookjes en verhalen. En natuurlijk wist ik heel goed dat er in mijn kamer geen carnivoor te bekennen was, ik was alleen. Maar mijn fantasie was bijna tastbaar.
Een paar jaar later ging dat al wat beter, toen zaten diezelfde wolven me alleen nog achterna als ik van de wc terug naar mijn bed rende. Dan moest ik onder de dekens liggen voordat het water was uitgespoeld, anders zou de troep hongerige roofdieren zich op mij storten.
Continue reading
De onheilsprofeten zien in de dood een onvolkomenheid van het leven, een probleem dat ze moeten oplossen door het uit de wereld te helpen.
Ik denk dat ze ongelijk hebben. Ik geloof dat de dood bij het leven hoort, dat het leven zelfs niet zonder kan.
En een geloof, dat is een eigenaardig ding.
Het is natuurlijk helemaal geen wonder dat ik gefascineerd ben door de dood. In mijn vroege kindertijd overleed eerst een zus en twee jaar later mijn vader. Zo werd dood al snel een deel van mijn leven, al wist ik niet eens wat het was. Maar het vreemde daaraan is, dat dood helemaal niets te maken heeft met wat je ervan weet. In het echt gebeurt het gewoon, niets om je over op te winden, iets om in het speelkwartier tegen een vriendje te vertellen: “Weet je het al? Mijn vader is dood.” Het had nauwelijks betrekking op mij.
Continue reading
Donkere wolken pakken zich samen boven mijn dood, de onheilsprofeten van een zeer ongewenste toekomst dienden zich aan. Het is een toekomst waarin ik minstens 150 word. Maar in andere voorspellingen loopt mijn leeftijd op naar wel 1000, zelfs tot aan onsterfelijkheid toe.
Het begon allemaal met een buitengewoon onaangedane man die uitgebreid op tv mocht vertellen over zijn overtuiging dat machines binnen afzienbare tijd microscopisch klein zullen worden. Zo klein zelfs, dat we ze in onze bloedbaan kunnen injecteren, van waaruit ze ons gezond gaan houden. Over een jaar of 25 zal dat gangbaar zijn. Maar ook voor wie nu leeft is er hoop, niemand hoeft meer bang te zijn voor de dood. Want de technieken waarmee we levens kunnen verlengen worden steeds beter en geavanceerder. Onze levensverwachting wordt steeds hoger, schuift steeds sneller voor ons uit, en wie zich nu al een beetje in acht neemt, geen gekke dingen doet, die kan erop rekenen dat die levensverwachting binnenkort sneller zal oplopen dan hij ouder wordt. Dat is nog eens een geruststellende gedachte. Continue reading