<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Ranselrazer.nl</title>
	<atom:link href="http://www.ranselrazer.nl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.ranselrazer.nl</link>
	<description>Andere lulkoek</description>
	<lastBuildDate>Sun, 12 Feb 2012 11:29:09 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.1</generator>
		<item>
		<title>Hoog en donker</title>
		<link>http://www.ranselrazer.nl/2012/02/12/hoog-en-donker/</link>
		<comments>http://www.ranselrazer.nl/2012/02/12/hoog-en-donker/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 12 Feb 2012 11:29:09 +0000</pubDate>
		<dc:creator>sander</dc:creator>
				<category><![CDATA[Ik ben lekker dood]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ranselrazer.nl/?p=698</guid>
		<description><![CDATA[Heel lang ben ik doodsbang geweest voor het donker. Als kind lag ik in bed en stelde ik me grijze wolven voor die over de rand van het bed sprongen, in volle achtervolging, hun gevaarlijke koppen tussen hun gestrekte voorpoten, &#8230; <a href="http://www.ranselrazer.nl/2012/02/12/hoog-en-donker/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Heel lang ben ik doodsbang geweest voor het donker. Als kind lag ik in bed en stelde ik me grijze wolven voor die over de rand van het bed sprongen, in volle achtervolging, hun gevaarlijke koppen tussen hun gestrekte voorpoten, hun blik strak gericht op hun prooi, dat was ik. Het waren dan ook geen wolven van de steppen, het waren de wolven uit sprookjes en verhalen. En natuurlijk wist ik dat er in mijn kamer geen carnivoor te bekennen was, ik was alleen. Maar mijn fantasie was bijna tastbaar.</p>
<p>Een paar jaar later ging dat al wat beter, toen zaten diezelfde wolven me alleen nog achterna als ik van de wc terug naar mijn bed rende. Dan moest ik onder de dekens liggen voordat het water was uitgespoeld, anders zou de troep hongerige roofdieren zich op mij storten.<br />
<span id="more-698"></span></p>
<p>Gelukkig kregen ze daar nooit de kans voor, want ik nam geen risico&#8217;s. Ik wist precies wat ik moest doen en waar ik op moest letten. Op de oude spoelbak bijvoorbeeld, waarvan het mechanisme door de jaren heen de nodige gebruiksaanwijzingen had opgelopen. Vreemden hadden er steevast moeite mee, maar ik had de techniek perfect in de armen. Je moest zonder enige aarzeling een soepele ruk geven aan het koord, zodat de hefboom, die zowat tegen het plafond zat, genoeg vaart kreeg. Maar je moest weer loslaten voordat diezelfde hefboom zijn laagste punt had bereikt, zodat het mechaniek niet werd geforceerd. Dan werd je zonder mankeren beloond met een stortvloed aan water die door de lange pijp in de wc spoelde. Voordat ik naar het touw greep stond ik dan helemaal klaar voor de start, met de klink van de deur al in mijn hand. Zo gauw het water begon te vallen, haalde ik vliegensvlug de deur van het slot, zwaaide hem open en zocht ik met mijn rappe handen en voeten, die elke oneffenheid, elke hoek en elk houvast precies kenden, vliegensvlug een goed heenkomen onder mijn warme dekens.</p>
<p>Dat is overgegaan, in mijn puberteit hoefde ik echt niet meer te vluchten voor een denkbeeldige roedel. Maar het donker begon ik pas echt te ontdekken toen ik een jaar of 16 was en ik &#8216;s avonds de hond uitliet, in steeds groter wordende cirkels om ons huis. Ik vond het heerlijk om met dat beest te lopen. Zijn gezelschap was altijd goed en wandelen een stuk prettiger dan binnen zitten. Ik verkende de straten die ik al zo goed kende van overdag, en zo kwam ik ook langs het wandelpark. Steeds als ik er nu kom verbaas ik me erover hoe klein dat eigenlijk is, zoals alles in mijn geboortedorp me tegenwoordig als klein en onbenullig voorkomt. Maar toentertijd was het gigantisch, en vooral achterin had je grote donkere stukken die ik met mijn angst voor duisternis altijd had gemeden. Maar met mijn hond als beschermer durfde ik erin. Die eerste keer liep ik snel, zonder al te opzichtig om me heen te kijken, maar met al mijn zintuigen tot het uiterste ingespannen. Later steeds zorgelozer, tot ik er ook zonder hond, met mijn handen in mijn zakken, doorheen liep. Ik heb er nooit iemand ontmoet. Het enige wat ik er tegenkwam waren de idioten en monsters van mijn eigen fantasie, die inderdaad overal in het struikgewas en achter de bomen rondhingen. Die neem ik op de koop toe, en daarmee is het donker voor mij een waar paradijs geworden dat ik altijd weer opzoek.</p>
<p>Die lijn kan ik direct doortrekken naar mijn hoogtevrees, waarmee ik onweerstaanbaar elke toren en berg moet beklimmen. Als ik dan de torendeur uitkom vanaf de wenteltrap, dan druk ik me zo dicht mogelijk tegen de muur. De ruimte om me heen is overweldigend, het licht en de lucht, nergens om me heen een vast punt waarop ik me kan oriënteren, ik kan mijn evenwicht nauwelijks houden en er komt een bijna onbedwingbare nijging in me naar boven om me over de rand te werpen. Ook een berg loop ik onverschrokken omhoog, het is makkelijk om moedig te zijn op de glooiende voet. Maar ik draai niet om als het pad smaller wordt op een steeds steiler wordende helling, als het ineens doodloopt op een afgrond en ik alleen maar over een vrijwel verticale wand naar boven moet klimmen om verder te komen, als ik over stenen moet klauteren met ver onder me de gletsjer, waarop ik te pletter zal vallen als ik nu een voet verkeerd zet. Ik ga door, al doe ik het in mijn broek van angst, staat mijn mond vertrokken en mijn ogen wijd open, ademen gaat in snelle stoten en mijn hart heeft het op een rennen gezet. Maar ik kom boven en in die roes sta ik dan ineens veilig uit te kijken over het landschap. Zelden heb ik me zo opgewonden en uitgelaten gevoeld als boven op die berg. Ik had me op het pad erheen een verschrikkelijke dood voorgesteld, maar ik ben er zonder klagen of zeuren langsheen gelopen.</p>
<p>Intussen weet ik dat fantasie en werkelijkheid strikt gescheiden zijn. De werkelijkheid heerst buiten mij, mijn fantasie van binnen. Alleen in mijn ogen vermengen ze zich met elkaar, en spiegelen ze me allerlei beelden voor. In het donker en in de hoogte heb ik geleerd dat je gerust bang mag zijn van de gruwelvoorstellingen, maar dat je ze niet hoeft te vermijden. Ze maken het leven zoveel kleurrijker.</p>
<p>En zo heb ik ook de dood opgezocht en meegenomen in mijn beelden van mijn wereld, fantasie en werkelijkheid. Dood is daar een angstaanjagend maar gewaardeerd onderdeel van.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ranselrazer.nl/2012/02/12/hoog-en-donker/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Geen probleem</title>
		<link>http://www.ranselrazer.nl/2012/02/05/geen-probleem/</link>
		<comments>http://www.ranselrazer.nl/2012/02/05/geen-probleem/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 05 Feb 2012 09:17:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>sander</dc:creator>
				<category><![CDATA[Ik ben lekker dood]]></category>
		<category><![CDATA[dood]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ranselrazer.nl/?p=650</guid>
		<description><![CDATA[De onheilsprofeten zien in de dood een onvolkomenheid van het leven, een probleem dat ze moeten oplossen door het uit de wereld te helpen. Ik denk dat ze ongelijk hebben. Ik geloof dat de dood bij het leven hoort, dat &#8230; <a href="http://www.ranselrazer.nl/2012/02/05/geen-probleem/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De onheilsprofeten zien in de dood een onvolkomenheid van het leven, een probleem dat ze moeten oplossen door het uit de wereld te helpen.</p>
<p>Ik denk dat ze ongelijk hebben. Ik geloof dat de dood bij het leven hoort, dat het leven zelfs niet zonder kan.</p>
<p>En een geloof, dat is een eigenaardig ding.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ranselrazer.nl/2012/02/05/geen-probleem/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Stroom</title>
		<link>http://www.ranselrazer.nl/2012/01/28/stroom/</link>
		<comments>http://www.ranselrazer.nl/2012/01/28/stroom/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 28 Jan 2012 13:16:49 +0000</pubDate>
		<dc:creator>sander</dc:creator>
				<category><![CDATA[Ik ben lekker dood]]></category>
		<category><![CDATA[dood]]></category>
		<category><![CDATA[familie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ranselrazer.nl/?p=549</guid>
		<description><![CDATA[Het is natuurlijk helemaal geen wonder dat ik gefascineerd ben door de dood. In mijn vroege kindertijd overleed eerst een zus en twee jaar later mijn vader. Zo werd dood al snel een deel van mijn leven, al wist ik &#8230; <a href="http://www.ranselrazer.nl/2012/01/28/stroom/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het is natuurlijk helemaal geen wonder dat ik gefascineerd ben door de dood. In mijn vroege kindertijd overleed eerst een zus en twee jaar later mijn vader. Zo werd dood al snel een deel van mijn leven, al wist ik niet eens wat het was. Maar het vreemde daaraan is, dat dood helemaal niets te maken heeft met wat je ervan weet. In het echt gebeurt het gewoon, niets om je over op te winden, iets om in het speelkwartier tegen een vriendje te vertellen: “Weet je het al? Mijn vader is dood.” Het had nauwelijks betrekking op mij.<br />
<span id="more-549"></span></p>
<p>Een paar dagen later, bij de begrafenis, bleek het vooral betrekking te hebben op mijn moeder, en via haar toch op mij. Ze had een onbenaderbaar verdriet, ontroostbaar was ze. Ik kon er alleen maar geschokt naar kijken. Na de festiviteiten stopte ze dat verdriet echter diep weg, omdat het voor haar anders onmogelijk zou zijn om voor haar kinderen te zorgen. En dat werkte ook voor mij, want zolang het voor mij onzichtbaar was hoefde ik er niet aan te denken. Zo kon ik er keurig omheen leven in mijn eigen wereldje. Ik heb er nauwelijks last van gehad.</p>
<p>Ik was dan wel onaangedaan, maar toch verminkt. Het zal zeker geen toeval zijn geweest dat ik volkomen onbeholpen werd in relaties met de mensen om me heen, en dat ik liever spelletjes speelde in mijn hoofd dan met andere kinderen. Ook de rest van mijn omvangrijke gezin werd getraumatiseerd. Al dat zwijgen, dat mij zo weldadig in de oren klonk, bleek voor de anderen oorverdovend te zijn. Intussen hebben ze me duidelijk gemaakt dat we al die jaren in een familie hebben geleefd die vlak achter elkaar twee leden is kwijtgeraakt, maar die daar met vrijwel geen woord over sprak. Pas toen iedereen volwassen was, ik toch zeker al een jaar of 27, barstte de bom, ergens in een groot huis in de Ardennen waar we met de hele familie een gezellig lang weekend doorbrachten.</p>
<p>Het werd een stevige scheld- en huilpartij, waarbij vrijwel iedereen beledigd raakte. Behalve ik. Ik was het centrum van mijn eigen universum, en daar was ik ondertussen begonnen te werken aan mijn eigen theorieën over de wereld. Daarbij vergeleken was het echte leven maar een chaos van allerlei mensen die door elkaar heen praatten en die allemaal dingen zeiden die heel logisch klonken, maar die zich met geen mogelijkheid lieten smeden tot een coherent verhaal, vooral niet omdat ik het meeste wat ze zeiden direct weer vergat als ik het volgende relaas aanhoorde. De enige quote die me nog woordelijk bijstaat werd uitgesproken door mijn schoonbroer, godbetert over zijn eigen vader. “Mijn vader ging met ons voetballen”, dat zei hij, alsof de onze een slechtere vader was geweest omdat hij dat niet had gedaan.</p>
<p>Na dat weekend lag de façade van onze familie aan diggelen, en dat was maar goed ook. Het werd er een stuk gezelliger op. Maar met de dood had al die commotie niets van doen. Mijn familie is een stuk van mijn leven. De dood onderzocht ik alleen in mijn gedachten, als onmisbaar onderdeel van mijn grotere theorieën. Want theoretiseren deed ik graag en veel. Daar vond ik de kapstokken waar ik mijn leven aan kon laten bungelen, het was mijn houvast in de maelström om me heen, waarin ik een beetje onbeholpen meekolkte.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ranselrazer.nl/2012/01/28/stroom/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De vijand</title>
		<link>http://www.ranselrazer.nl/2012/01/21/de-vijand/</link>
		<comments>http://www.ranselrazer.nl/2012/01/21/de-vijand/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 21 Jan 2012 11:59:49 +0000</pubDate>
		<dc:creator>sander</dc:creator>
				<category><![CDATA[Ik ben lekker dood]]></category>
		<category><![CDATA[Aubrey de Grey]]></category>
		<category><![CDATA[dood]]></category>
		<category><![CDATA[Ray Kurtzweil]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ranselrazer.nl/?p=531</guid>
		<description><![CDATA[Donkere wolken pakken zich samen boven mijn dood, de onheilsprofeten van een zeer ongewenste toekomst dienden zich aan. Het is een toekomst waarin ik minstens 150 word. Maar in andere voorspellingen loopt mijn leeftijd op naar wel 1000, zelfs tot &#8230; <a href="http://www.ranselrazer.nl/2012/01/21/de-vijand/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Donkere wolken pakken zich samen boven mijn dood, de onheilsprofeten van een zeer ongewenste toekomst dienden zich aan. Het is een toekomst waarin ik minstens 150 word. Maar in andere voorspellingen loopt mijn leeftijd op naar wel 1000, zelfs tot aan onsterfelijkheid toe.</p>
<p>Het begon allemaal met een buitengewoon onaangedane man die uitgebreid op tv mocht vertellen over zijn overtuiging dat machines binnen afzienbare tijd microscopisch klein zullen worden. Zo klein zelfs, dat we ze in onze bloedbaan kunnen injecteren, van waaruit ze ons gezond gaan houden. Over een jaar of 25 zal dat gangbaar zijn. Maar ook voor wie nu leeft is er hoop, niemand hoeft meer bang te zijn voor de dood. Want de technieken waarmee we levens kunnen verlengen worden steeds beter en geavanceerder. Onze levensverwachting wordt steeds hoger, schuift steeds sneller voor ons uit, en wie zich nu al een beetje in acht neemt, geen gekke dingen doet, die kan erop rekenen dat die levensverwachting binnenkort sneller zal oplopen dan hij ouder wordt. Dat is nog eens een geruststellende gedachte. <span id="more-531"></span></p>
<p>Een andere profeet, een echte, met een lange baard, gooide het op de regeneratieve geneeskunde. Daarmee kunnen we het knagen aan ons lichaam tegengaan, van ziekten en ouderdom. Hebben we die eenmaal uitgeschakeld, dan blijft er geen doodsoorzaak meer over. Er is dus geen enkele reden om te sterven, mits je niet door de bliksem wordt getroffen.</p>
<p>In weer een ander programma sprak een Nederlandse futuroloog, die ons ook weer onnatuurlijk hoge leeftijden voorspiegelde. Langer leven is een onvermijdelijke ontwikkeling, zo luidde zijn optimistische overtuiging, maar hij waarschuwde wel voor een paar beren op de weg. Zo moeten we, voordat we onbezorgd stokoud gaan worden, ook even denken aan de mensen in de derde wereld. Die moeten ook toegang krijgen tot de technologie, anders wordt de scheiding tussen arm en rijk al te schrijnend. Een nog groter obstakel is het langer werken, want nu al is het bijna onmogelijk om de AOW-leeftijd met anderhalf jaar op te schroeven. En als we niet meer dood gaan, dan moet die leeftijd met tientallen jaren, zo niet honderden jaren omhoog, wie weet wordt pensioen helemaal afgeschaft, iets waar de vakbonden zich niet zonder slag of stoot bij zullen neerleggen. Maar gelukkig hoeft niemand zich zorgen te maken over de overbevolking, zo verzekerde deze man zijn gehoor. Mensen zullen als vanzelf minder vaart zetten achter het maken van kinderen. Het geboortecijfer gaat drastisch omlaag.</p>
<p>Ik haat hen en hun voorspellingen, vooral omdat ze best eens gelijk konden krijgen. Want laat die geleerden maar schuiven, die willen altijd richting de grenzen van hun kunnen, en er staan overal anderen klaar om de stokjes over te nemen. Als ze het eenmaal voor elkaar krijgen om die robotjes echt zo klein te maken dat ze de problemen in ons lichaam gaan oplossen, en ze sluiten die techniek steeds naadlozer aan op de regeneratieve kunsten, dan ligt er al snel een leeftijd van 200 op de loer.</p>
<p>Ik ben nog niet eens op een kwart!</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ranselrazer.nl/2012/01/21/de-vijand/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Dat roept om een beslissing</title>
		<link>http://www.ranselrazer.nl/2012/01/14/dat-roept-om-een-beslissing/</link>
		<comments>http://www.ranselrazer.nl/2012/01/14/dat-roept-om-een-beslissing/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 13 Jan 2012 23:23:26 +0000</pubDate>
		<dc:creator>sander</dc:creator>
				<category><![CDATA[Spreuken en sproken van alledag]]></category>
		<category><![CDATA[Voor bij het schrijven]]></category>
		<category><![CDATA[Schrijven]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ranselrazer.nl/?p=510</guid>
		<description><![CDATA[De lezer is van het allergrootste belang voor je verhaal. Zonder hem of haar, fictief of niet, blijft het dode materie, gedrukte inkt op pagina&#8217;s die het licht nooit zien. Dus schrijf je niet van a naar b, naar c &#8230; <a href="http://www.ranselrazer.nl/2012/01/14/dat-roept-om-een-beslissing/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De lezer is van het allergrootste belang voor je verhaal. Zonder hem of haar, fictief of niet, blijft het dode materie, gedrukte inkt op pagina&#8217;s die het licht nooit zien. Dus schrijf je niet van a naar b, naar c en naar apotheose d. Je verhaal moet de lezer kietelen. Alle prikkels richt je in de juiste richting, en daarmee stuw je je lezer over je eigen achtbaan van a naar b via c onvermijdelijk richting apotheose d.</p>
<p>Welke lezer wil je prikkelen? En welke ben je bereid om af te stoten?</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ranselrazer.nl/2012/01/14/dat-roept-om-een-beslissing/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Zeg maar</title>
		<link>http://www.ranselrazer.nl/2012/01/14/zeg-maar/</link>
		<comments>http://www.ranselrazer.nl/2012/01/14/zeg-maar/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 13 Jan 2012 23:11:13 +0000</pubDate>
		<dc:creator>sander</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zomaar zomeravonden op straat]]></category>
		<category><![CDATA[straat]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ranselrazer.nl/?p=508</guid>
		<description><![CDATA[Jonge fietsende vrouw dringend in haar telefoon: &#8220;Ik wil dat je daarmee ophoudt, zeg maar.&#8221;]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Jonge fietsende vrouw dringend in haar telefoon:</p>
<p>&#8220;Ik wil dat je daarmee ophoudt, zeg maar.&#8221;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ranselrazer.nl/2012/01/14/zeg-maar/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Feest</title>
		<link>http://www.ranselrazer.nl/2012/01/07/feest/</link>
		<comments>http://www.ranselrazer.nl/2012/01/07/feest/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 07 Jan 2012 12:54:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>sander</dc:creator>
				<category><![CDATA[Ik ben lekker dood]]></category>
		<category><![CDATA[dood]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ranselrazer.nl/?p=500</guid>
		<description><![CDATA[Mijn uitvaart heb ik al helemaal beraamd. Het liefst word ik verbrand. Op zich is daar niets bijzonders aan, maar toch is het niet helemaal gangbaar wat ik wil. Het gangbare is namelijk gespeend van elk soort drama. Dat drama &#8230; <a href="http://www.ranselrazer.nl/2012/01/07/feest/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Mijn uitvaart heb ik al helemaal beraamd. Het liefst word ik verbrand. Op zich is daar niets bijzonders aan, maar toch is het niet helemaal gangbaar wat ik wil. Het gangbare is namelijk gespeend van elk soort drama. Dat drama wordt in de crematoria alleen nog een beetje nagespeeld, door de kist langzaam te laten zakken en er dan een luik boven te sluiten. Dat symboliseert het afscheid, maar het is natuurlijk vreselijke nepperij. De dierbaren worden belazerd waar ze bij staan, en het ergste is dat ze er zelf de opdracht toe hebben gegeven. Ze weten heus wel dat het lijk, terwijl zij aan de koffie gaan en de condoleances in ontvangst nemen, door volkomen onverschillige mensen naar de oven wordt gebracht, onbekenden stoken het vuur op, schuiven de kist erin.</p>
<p>Laat mijn mensen me dan in ieder geval zelf naar die oven brengen; het liefst kijken ze toe hoe mijn schedel voor een laatste keer opgloeit. Nog liever deden ze het op een grote brandstapel, een uitslaand houtvuur dat vrijuit mag branden en likken aan de avondlucht, met mijn lijk in het gloeiende centrum. Alleen is zulks hier te lande ten strengste verboden, stel je voor dat iedereen zoiets zou willen.<br />
<span id="more-500"></span></p>
<p>Ze mogen me ook gerust begraven, maar dan wel zonder kist. Zo&#8217;n ding houdt mij alleen maar weg van mijn verderf. Het is intenser als de wormen direct bij me kunnen, in plaats van dat ik daar alleen een beetje lig te verdrogen. Daar is geen lol aan. Dus leg me direct op de aarde in mijn goeie pak. En dan moeten ze ook nog de aarde op me gooien, tot ik er helemaal onder lig. Dat hoort er nou eenmaal bij.</p>
<p>Niet dat ze zulke dingen gaan doen als ik eenmaal dood ben. Ze zullen heus niet gaan staan dringen voor het kijkgat als de vlammen me verteren, en ze gaan ook heus niet de moeite doen om een begrafenisondernemer ervan te overtuigen dat alle poespas niet nodig is, dat ze genoeg hebben aan een gat in de grond, de rest regelen ze zelf. Dus zullen ze gewoon de zaal verlaten terwijl mijn kist statig naar beneden zakt. Ze zullen zeker verdriet hebben, ze zullen echt huilen en er zullen toespraken zijn, voor een redelijk gevulde zaal. Met een beetje geluk drinken ze naderhand een stevig glas met elkaar. Meer kan ik niet van ze verwachten.</p>
<p>Zelf zou ik het grondiger aanpakken als ik om mezelf moest rouwen. En omdat ikzelf mijn eigen meest naaste verwante ben, mag ik, als ik er bij mag zijn, ook zelf bepalen hoe mijn uitvaart eruit komt te zien. Ik kies voor het vuur, want ik houd van fikkie stoken. En ik wil dat vuur natuurlijk ook echt met eigen ogen zien, dus zal ik mijn eigen kist in de oven schuiven, eigenhandig het vuur opstoken met de daarvoor bestemde knop, en dan kijken hoe ik verbrand, liefst in gezelschap van mijn vriendin en misschien met nog één of twee van mijn dappersten. Daar zullen we smartelijk huilen om wat we hebben verloren en zo nemen we werkelijk afscheid, een laatste saluut voor mij alleen. Waarna we teruggaan naar familie en vrienden, die intussen met koffie en zompige cake wachten op onze terugkomst uit de catacomben.</p>
<p>Daar vallen we anderen in de armen en huilen nog maar een keer, en beginnen ook weer te lachen. Als afsluiting storten we ons allemaal gezamenlijk in de wake, die niet voorbij is voor het krieken van de dag. Daarom is het misschien handig als ik in de zomer sterf, dan kunnen we het zorgeloos buiten vieren. We maken er een feestje van, we vieren dat iemand heeft geleefd en dat het fijn is dat hij er was. Misschien vieren we ook een beetje dat we zelf nog niet dood zijn. En als waardige afsluiting van een intense week voorbereiden, plannen, janken, lachen, foto&#8217;s uitzoeken, kaartjes maken, toespraken schrijven en heel veel praten met mensen die we nog nooit van zo dichtbij hebben meegemaakt, drinken we nog een glas wodka in de eerste stralen van de opkomende zon.</p>
<p>Laat ons plezier maken, dat is veruit het beste! Alleen ben ik natuurlijk helemaal niet uitgenodigd op mijn eigen uitvaart, dat zou er een volkomen zinloze exercitie van maken. En ik kijk ook niet van boven op hen neer, het afschudden van dat naïeve geloof was het begin van mijn onafhankelijke denken. Dus ze zoeken maar helemaal zelf uit hoe ze me kwijtraken. Ze doen maar hoe het ze het beste uitkomt.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ranselrazer.nl/2012/01/07/feest/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Lekker dood</title>
		<link>http://www.ranselrazer.nl/2011/12/30/lekker-dood/</link>
		<comments>http://www.ranselrazer.nl/2011/12/30/lekker-dood/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 30 Dec 2011 13:27:14 +0000</pubDate>
		<dc:creator>sander</dc:creator>
				<category><![CDATA[Ik ben lekker dood]]></category>
		<category><![CDATA[dood]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ranselrazer.nl/?p=469</guid>
		<description><![CDATA[(Op de wijze van: Daar wordt aan de deur geklopt) Mag ik lekker dood la la Dood la la Dood la la Mag ik lekker dood la la Mag ik lekker dood Deze vrolijke variant van het bekende sinterklaasliedje zing &#8230; <a href="http://www.ranselrazer.nl/2011/12/30/lekker-dood/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>(Op de wijze van: <em>Daar wordt aan de deur geklopt</em>)</p>
<p>Mag ik lekker dood la la<br />
Dood la la<br />
Dood la la<br />
Mag ik lekker dood la la<br />
Mag ik lekker dood</p>
<p>Deze vrolijke variant van het bekende sinterklaasliedje zing ik het hele jaar door. In de auto zing ik uit volle borst, met mijn beste imitatie van een opera-bariton. Ik stop er allerlei variaties in, bijvoorbeeld een lange uithaal op het eerste woord, verschillende soorten klemtoon op dood, en de laatste zin vervang ik, zo het uitkomt, in &#8216;dood la la laa&#8217; of &#8216;dood la la la la la&#8217;.<br />
<span id="more-469"></span></p>
<p>Ook op straat zing ik het deuntje, maar dan zachter, zodat niemand me zal horen. Want ik ben erop beducht dat iemand het zal horen en dan vreemd opziet. Soms vraag ik me zelfs af of ik het ook niet onhoorbaar zing, omdat er anders iemand op het idee kan komen om mijn wens acuut te vervullen. En daar zit ik nou niet direct op te wachten. Ik heb helemaal niet zo&#8217;n beroerd leven. Ik heb een huis, een vriendin, een dikke kater en werk waar ik me helemaal in kan onderdompelen. Het is misschien wat doorsnee, maar zeker geen leven wat gemiddeld als zinloos zou worden omschreven. Ik maak bijvoorbeeld best wat lol, en ik heb zeker plezier in de dingen die ik doe. Ik ben geen zwartkijker of brompot, al kan een zekere fascinatie met het macabere me niet worden ontzegd. Geen enkele reden om naar de dood te verlangen.</p>
<p>Toch meen ik wat ik zing. Op een bijzondere manier is het een oprechte vraag die ik op deze wijze muzikaal vorm geef. Ik zeg het ook als binnensmondse verwensing of uitroep: “Ik moet dood! Dood! Dood! Dood!” Andere keren is het meer een wanhoopszucht: “Mag ik nou eindelijk eens dood!” Maar steevast moet ik mezelf teleurstellen. “Nee, dat mag je niet”, zeg ik er regelmatig direct achteraan, of “Ja ja, rustig maar, dat mag je wel, maar nu nog niet.” Want ik kan het al die mensen om me heen niet aandoen dat ik doodga. Mijn moeder zou er bijvoorbeeld aan onderdoor gaan er nog iemand uit haar gezin wordt weggerukt, voordat ze zelf aan de beurt is. Ook de vriendin van mijn gestorven vriend kan ik niet opzadelen met mijn dood. Niet dat we zoveel met elkaar van doen hebben, maar ik weet dat ze het fijn vindt dat ik besta, met mijn aanhoudende liefde voor Jip en al mijn herinneringen aan hem.</p>
<p>Via die twee weet ik ook dat ik het mijn eigen vriendin maar beter kan besparen. Die beweert wel heel dapper dat ze geen jaren om mij zal rouwen en dat haar dal niet zo diep zal zijn als bij sommige anderen het geval is, maar dat zou allemaal best wel eens grootspraak kunnen zijn. Ik heb het donkerbruine vermoeden dat ze zichzelf hierin schromelijk overschat. Ook voor haar, en zelfs vooral voor haar, zal mijn dood een klap zijn waarvan ze maar met moeite zal weten te herstellen.</p>
<p>Wel zijn er kansen. Laatst was er nog een levensgrote. Ik reed op mijn fiets door een rood stoplicht, de rij auto&#8217;s waar ik op moest letten stond nog keurig stil. Maar toen ik bijna halverwege de weg was, kwam er langs die rij een auto scheuren die van het eerste groen gebruik maakte om de gaspedaal nog eens extra in te trappen. Ik had de keus tussen stoppen, maar dan stond ik in de weg van de langzamer optrekkende auto&#8217;s, of doorrijden en dan moest ik heel veel haast maken. Dus ik ging op de pedalen staan, en op het moment dat ik veilig de overkant bereikte, reed de toeterende auto een paar decimeter achter me langs. Had ik net iets trager gereageerd, dan had ik daar op het asfalt het loodje gelegd, of ik lag nu lekker rustig in coma. In het beste geval was ik voor mijn leven gehandicapt, want het zou een flinke klap hebben gegeven, die auto reed geen 50.</p>
<p>Ik kan bijvoorbeeld ook een ongeluk krijgen met mijn eigen auto. Mijn rijstijl kan daaraan een bijdrage leveren. Nou moet ik zeggen dat er op de snelweg vrijwel geen gevaar op mij loert. Daar rijd ik bijna suf langzaam. Racen op de snelweg heeft helemaal geen zin. Het is vooral frustrerend, omdat iedereen steeds en overal in mijn weg rijdt. En als je dan eens kunt doorkachelen, dan krijgt je prompt een bekeuring in de bus. Een of twee keer per jaar vind ik het helemaal niet erg om hardrijbelasting te betalen, maar als het voor de zesde keer gebeurt gaat het toch vervelen. Bovendien is 100 rijden op de snelweg een verademing. Je hoeft nauwelijks in te halen, en ondertussen kun je lekker naar de weilanden staren, naar de zwanen, schapen, zwermen vogels, man en paard. Het is bijna rustgevend, zeker op de langere afstanden.</p>
<p>Maar kom ik een scherpe bocht tegen, bijvoorbeeld van de ene snelweg naar de andere, dan zal ik geen vaart minderen. Eerder doe ik er nog een schepje bovenop, zodat ik de middelpuntvliedende kracht goed aan me voel trekken. U rijdt te snel, knippert me dan steevast tegemoet, maar daar is dan al weinig meer aan te doen. Bochten zijn er nu eenmaal voor het amusement.</p>
<p>En ook weg van de snelweg neem ik de bochten op het randje, zeker die curves die ik op mijn duimpje ken. Zo is er een stuk weg hier vlak in de buurt waar ik elke dag overheen moet en dat zich uitstekend leent voor het betere racewerk. Natuurlijk moet ik dan geen slome knakker voor me hebben zitten, die zich keurig aan de maximum snelheid houdt en gaat zitten remmen als er een kromming in de weg dreigt te komen, niets erger dan dat. Daarom moet ik al in een vroeg stadium heel tactisch te werk gaan, om te beginnen bij de stoplichten aan het einde van de afrit. In het beste geval springen die net op groen als ik kom aanrijden en staan de wachtende auto&#8217;s allemaal rechts in een rij, het stelletje sukkels. Daar kan ik direct voorbij rijden, door naar het volgende stoplicht, waar ik dan eveneens als eerste doorheen mag. Dat is kat-in-het-bakkie. Maar ook als er maar één auto voor me op de linker strook staat komt het goed, want die trekt meestal net wat sneller op dan de chauffeurs naast hem, en zo kan ik bij het volgende stoplicht naast hem positie kiezen. Daarbij houdt ik me ietwat in, omdat ik weet dat het stoplicht net iets te traag reageert op auto&#8217;s van onze kant. Net als mijn voorganger zowat stil staat wordt het groen, terwijl ik nog zoveel vaart heb dat ik er direct in mijn tweede versnelling op volle kracht vandoor kan gaan. Er zijn maar weinig mensen die me daarin kunnen of willen volgen, zodat ik als eerste het bochtige stuk inga. De voorsprong groeit. Want ik neem de ideale lijn, ik rem laat, schakel snel terug en accelereer direct weer in de bocht. Mijn vriendin zou kotsend uit het raam hangen als ze naast zat, maar ik vind het heerlijk en ik weet weer dat ik leef. Met als keerzijde dat er bij al dat gescheur best wel eens iets onverwachts zou kunnen gebeuren. Net zoals er iets onverwachts kan gebeuren als ik op een rustig stukje snelweg 10 seconden mijn ogen gesloten probeer te houden. Wat zal ik balen als ik ze open doe op het moment dat er niet meer aan de klap te ontkomen valt.</p>
<p>Daarnaast ben ik alweer over de 40. En zowel mijn vader als mijn broer zijn aan een hartaanval overleden toen ze ongeveer halverwege de 50 waren. Het zit blijkbaar in de familie, dus morgen kan ik zomaar dood in de douche liggen, zoals mijn broer, of naakt in bed, zoals mijn vriend. Ook kan ik een erge ziekte krijgen, kanker bijvoorbeeld, waar een zus van me aan is overleden en waar mijn schoonzus nu tegen vecht, dat wil zeggen, de doctoren vechten het uit met de kanker, haar lichaam is het slagveld.</p>
<p>Mogelijkheden genoeg, zou je zeggen. Maar ik zal ze niet opzoeken. Ik vind leven namelijk best prettig, dat is mijn grote zwakte.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ranselrazer.nl/2011/12/30/lekker-dood/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Omwenteling</title>
		<link>http://www.ranselrazer.nl/2011/12/22/omwenteling/</link>
		<comments>http://www.ranselrazer.nl/2011/12/22/omwenteling/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 22 Dec 2011 18:13:19 +0000</pubDate>
		<dc:creator>sander</dc:creator>
				<category><![CDATA[Spreuken en sproken van alledag]]></category>
		<category><![CDATA[midwinter]]></category>
		<category><![CDATA[zon]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ranselrazer.nl/2011/12/22/omwenteling/</guid>
		<description><![CDATA[De zon is alweer gewend, maar ik moet nog wennen aan al dat donker.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De zon is alweer gewend, maar ik moet nog wennen aan al dat donker.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ranselrazer.nl/2011/12/22/omwenteling/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Tijd en tijdreizen</title>
		<link>http://www.ranselrazer.nl/2011/09/23/tijd-en-tijdreizen/</link>
		<comments>http://www.ranselrazer.nl/2011/09/23/tijd-en-tijdreizen/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 23 Sep 2011 21:04:44 +0000</pubDate>
		<dc:creator>sander</dc:creator>
				<category><![CDATA[Spreuken en sproken van alledag]]></category>
		<category><![CDATA[Einstein]]></category>
		<category><![CDATA[H.G. Wells]]></category>
		<category><![CDATA[hordeloop]]></category>
		<category><![CDATA[professor Barabas]]></category>
		<category><![CDATA[roman]]></category>
		<category><![CDATA[science fiction]]></category>
		<category><![CDATA[tijd]]></category>
		<category><![CDATA[timemachine]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://test.ranselrazer.nl/?p=367</guid>
		<description><![CDATA[Ooit heb ik heel lang en hard nagedacht over tijd. Dat kwam door The Timemachine van H.G. Wells. Van het plot van die roman kan ik me niet bijster veel herinneren, maar dat er in de wereld van het boek &#8230; <a href="http://www.ranselrazer.nl/2011/09/23/tijd-en-tijdreizen/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Ooit heb ik heel lang en hard nagedacht over tijd. Dat kwam door <em>The Timemachine</em> van H.G. Wells. Van het plot van die roman kan ik me niet bijster veel herinneren, maar dat er in de wereld van het boek een tijdmachine bestaat, dat vond ik vreselijk intrigerend. Alleen hoe langer ik me er mee bezig hield, hoe zekerder ik werd van mijn zaak: wat in dat boek gebeurt heeft nooit zo plaats kunnen vinden, zelfs niet in die fictionele wereld waarin een tijdmachine bestaat. Volgens mij heeft de schrijver cruciale beoordelingsfouten gemaakt bij het visualiseren van wat er in die wereld mogelijk is.<span id="more-367"></span></p>
<p>De sleutelscène is voor mij de vlucht van de hoofdpersoon naar de toekomst. Er zitten mannen achter hem aan die hem kwaad willen doen, dus gaat hij er vandoor. Hij gaat naar de tijdmachine en ontsnapt naar de toekomst. Dat is tot daar aan toe. Dat is het verhaal. Maar het gaat mis als hij daadwerkelijk reist in de tijd. Tijdens zijn tocht kijkt hij door het venster van de cabine naar de voorbijglijdende tijden. Dat schouwspel wordt hem als een versnelde opname getoond. En daar zit hem de kneep. Want als hij naar de tijden kan kijken die zich versneld voor hem ontrollen, dan zouden de tijden naar hem moeten kunnen terugkijken. Voor die tijden zou hij dan een man in een tijdmachine zijn, die maar heel erg traag beweegt, die voor het oog van de verbaasde toeschouwer zelfs helemaal stilstaat.</p>
<p>En als hij werkelijk doorheen alle tijd gaat, dan moet hij dus ook doorheen de momenten dat zijn achtervolgers de kelder met de machine binnen komen snellen om hem te grazen te nemen. Als hij namelijk zijn achtervolgers kan zien, dan zien zij hem en grijpen ze hem. Ze hadden hem dus gewoon aan moeten treffen, helemaal verstild, zo langzaam bewegend dat hij er een eeuw over doet om met zijn ogen te knipperen.</p>
<p>Met zijn vlucht zou hij het zijn vijanden gemakkelijk hebben moeten maken, maar de werkelijkheid van de roman gooit roet in hun eten. Wells heeft ervoor gezorgd dat de hoofdpersoon zich uit de voeten kan maken en de achtervolgers blijven met lege handen achter.</p>
<p>Van die roman kon ik zo&#8217;n foutje best accepteren, natuurlijk, want het verhaal moet nu eenmaal voortgang vinden. Maar ondertussen had ik zoveel moeite gedaan om er achter te komen waar het foutje precies zat, dat ik niet meer kon stoppen met denken. Ik moest zien uit te vinden hoe het dan wel had gemoeten. En dat is lang niet makkelijk als je niet de simpele manier van professor Barabas wilt kiezen, die zijn proefkonijnen gewoon door ruimte en tijd laat vliegen. Want wat je bedenkt, moet je kunnen visualiseren als je het vertelt.</p>
<p>Om nader te onderzoeken hoe dat zou kunnen liep ik kilometers in het rond om na te denken over tijd. Al snel werd me duidelijk dat vooruit reizen in de tijd een heel andere tak van sport is dan achteruit reizen en dat het dus een heel andere machine vereist. Vooruit is makkelijk. Wil je vooruit, dan hoef je jezelf alleen maar stil te zetten en de tijd voorbij laten gaan, dan duurt het in je eigen beleving niet lang voordat je ver in de toekomst bent. Je kunt bijvoorbeeld kiezen voor invriezen, wat in science fiction al veel wordt gepraktiseerd. Nadeel daarvan is natuurlijk dat je te maken krijgt met vervelende bevriezingsverschijnselen, maar dat is een praktisch probleem dat ik graag overlaat aan de experts. Mij gaat het om de principes en het principe van vooruit reizen is simpel. Je zou zelfs kunnen zeggen dat we continu vooruit reizen in de tijd, alleen doen we dat met z&#8217;n allen even snel, waardoor het niet opvalt.</p>
<p>Achteruit reizen is een veel grotere uitdaging. Als vooruit reizen stilstand vereist, leek het me logisch dat je voor achteruit reizen snelheid nodig hebt. Ook dat is in een science fiction-serie eens keurig verbeeld. De bemanning van een groot ruimteschip was na een lange reis op bestemming aarde aangekomen, de thuisplaneet. Maar we spreken hier over een verre toekomst en over mensen die de aarde nog nooit hadden gezien en die dus niets afwisten van haar geschiedenis. Omdat ze er geen geschiedenisboeken op na konden slaan, werden er kleine excursies georganiseerd naar het verleden. En inderdaad, zij gingen terug naar vroeger tijden door hun jachtruimteschepen vreselijk snel te laten vliegen. Dat was een mooi gezicht, maar het ontging me hoe het precies werkte en daar hebben mijn hersenen voor gekraakt en gepiept.</p>
<p>Ik kon maar niet begrijpen hoe je naar het verleden kon, al was het maar fictief. De tijd gaat nu eenmaal vooruit, dat is een onontkoombaar gegeven en dus zit die tijd zelf het tijdreizen behoorlijk in de weg. Zo worstelde ik met het concept, tot het, in een plotseling moment van inzicht, tot me doordrong dat tijd helemaal niet hoeft te bestaan. Dat zou het probleem een stuk eenvoudiger maken. Want als tijd niet bestaat, dan hoef je er geen rekening mee te houden. Dus ging ik op het standpunt staan van waaruit tijd niet werkelijk is. Gezien vanuit dat perspectief bleek dat je tijd kunt afleiden uit beweging van objecten in de ruimte. Vanuit dat gezichtspunt is tijd dus helemaal geen grootheid, maar een afgeleide. Van daaruit is tijd slechts een constructie die door ons mensen is bedacht om verandering te kunnen begrijpen. Verandering wordt veroorzaakt door beweging in de ruimte om ons heen. We zien het allemaal bewegen en bedenken tijd om die chaotische brei van waarnemingen, herinneringen en verwachtingen aaneen te kunnen rijgen tot een lopend verhaal. En omdat ons dat ordenen zo goed afgaat, met zo&#8217;n goed resultaat, denken we dat die vrucht van onze fantasie ook werkelijk bestaat. Terwijl alleen bestaat wat nu is en verder niets.</p>
<p>Dat tijd inderdaad geen werkelijke grootheid vormt, is zelfs af te lezen van de klok. De klok geeft de tijd aan door middel van beweging, door niets anders. Dat duidt er onomkeerbaar op dat tijd voortkomt uit beweging. Een andere mooie aanwijzing komt uit de volksmond. Als we zeggen dat de tijd ergens heeft stilgestaan, dan is er daar wel degelijk tijd voorbij gegaan. Alleen heeft de samenleving in de tussentijd niet bewogen. Zonder beweging gaat er geen tijd voorbij. Keiharde bewijzen zijn het natuurlijk niet, maar het zijn wel aanwijzingen, op grond waarvan we de propositie dat tijd niet bestaat even voor waar aannemen. Om vervolgens verder te kijken en nader te onderzoeken wat er gebeurt als tijd inderdaad niet bestaat.</p>
<p>Om ons onderzoeksterrein te verkennen vragen we ons eerst maar eens af wanneer de tijd werkelijk stil staat, niet alleen in de volksmond. Het antwoord daarop is simpel. De tijd staat helemaal stil als er geen enkele beweging is, dus als elke trilling tot stilstand is gekomen en geen enkele foton meer energie overbrengt, de temperatuur van het heelal is tot het absolute nulpunt gedaald. Met een beetje fantasie is dat experiment makkelijk uit te voeren, maar daarmee staan we pas aan het begin van onze zoektocht. We willen namelijk achteruit in de tijd en daarvoor moeten we nog een stapje verder gaan. Daarom zetten we het heelal voorzichtig weer in beweging. Ergens is weer een frequentie te bespeuren, er is weer een foton, één nog veel kleiner deeltje, de temperatuur loopt op tot 0.0Ø1 Kelvin. Er is beweging, dus herneemt de tijd zijn loop.</p>
<p>Ik dacht mezelf verder te helpen met het gedachte-experiment van Einstein met die tweelingbroers, waarvan er één de ruimte in ging en de ander op aarde bleef. Toen de broer uit de ruimte terugkwam, nog jong en sterk, bleek zijn wederhelft al oud en bejaard. De tijd op aarde was sneller gegaan dan in de ruimte op zowat lichtsnelheid. Geruststellend aan dat experiment was dat de tijd voor beide broers niet gelijk liep, waardoor het aannemelijk werd dat tijd inderdaad geen vaste grootheid is. Vaste grootheden zou je immers meer met constanten en vaste referentiepunten associëren. Hier leek echter vooral de mens het referentiepunt te zijn, precies zoals ik al dacht. Alleen was het een behoorlijke domper dat de broer die op snelheid door de ruimte had gevlogen vooruit in de tijd was gereisd, terwijl snelheid voor mij juist het aangewezen middel was waarmee je terug kon gaan. Gelukkig heb ik die moeilijkheid snel weten te ontmaskeren als gezichtsbedrog. De man in de ruimte had wel degelijk langzamer bewogen, hoe snel hij ook bewoog ten opzichte van zijn broer. De relativiteit probeert ons daar een flinke loer te draaien, maar toch is het duidelijk dat hij zich minder snel ontwikkeld had, dat hij minder was afgetakeld, minder had meegemaakt, minder was veranderd dan zijn broer. Dat is bewijs genoeg voor zijn vertraging.</p>
<p>Snelheid bleef een mogelijkheid om terug te gaan in de tijd. Daarvoor moet die broer gewoon nog veel sneller. Om terug in de tijd te gaan moet hij sneller dan het licht. Door die barrière moet hij heen. Volgens geleerden is dat onmogelijk, maar dat is alweer een praktisch probleem, dat overigens in Star Trek al eens naar redelijke tevredenheid is opgelost. Maar dit keer moet het nóg sneller, op naar de volgende hindernis. Sneller en sneller gaat hij, sneller en sneller, tot hij de tijdbarrière tegenkomt. Dan legt hij een meter af in nul seconden. Dat is een onvoorstelbare snelheid, en juist daarom in fictie niet te onderschatten. Want nu rijzen er ineens wel praktische problemen die de voortgang van het verhaal in de weg kunnen staan. Leg je namelijk een meter af in nul seconden, dan ben je in diezelfde nul seconden ook 35 duizend lichtjaar verder, dat maakt geen verschil. Op dat moment ben je zelfs overal tegelijk op de baan die je gaat. En dat kan lastig worden, want probeer dan maar eens niet met jezelf in botsing te komen, dat zal me een schokgolf geven!</p>
<p>Om problemen te voorkomen nemen we die hobbel met zo&#8217;n geweldige versnelling dat het ruimteschip er niets van merkt. Natuurlijk zijn daar voorbehouden op te maken, maar met mijn pen besluit ik dat dit voldoende is om de barrière te doorbreken. En vervolgens snelt de broer niet meer voort in meters per seconde, maar in seconden per meter terug in de tijd. Aardig om daarbij te vermelden is dat hij daarbij voor het stilstaande oog drie verschijningsvormen krijgt. Een staat er aan het begin, een aan het eind en een beweegt zich daar tussenin van eindpunt naar begin, hoe sneller de beweging, hoe langzamer het wordt gezien.</p>
<p>Deze gedachten heb ik toentertijd proberen te combineren met een hordeloop.</p>
<p><strong>Hordeloop</strong><br />
“Op uw plaatsen.” De spanning voerde zich op aan de zenuwen en verdween uit de spieren. Losjes zette het lichaam zich in de vereiste houding en wachtte op de dingen die komen gingen.</p>
<p>Om terug te reizen in de tijd moet men de tijdsbarrière doorbreken. Deze barrière bevindt zich bij een snelheid van een willekeurige afstand, in nul seconden precies. Eén meter in nul seconden, een kilometer of enkele lichtjaren, het is allemaal even snel. Als deze limiet wordt bereikt, is het voorwerp dat beweegt tegelijkertijd op elke plaats op zijn weg. Theoretisch lijkt me dat een fraai gezicht, maar aangezien de verplaatsing geen tijd in beslag neemt, krijgt het licht niet de gelegenheid om op een adequate manier op het voorwerp af te ketsen en dus is het maar de vraag of het voorwerp zichtbaar zal zijn. Afhankelijk van de grootte van het voorwerp zal het de bestaande lichtgolven echter in meer of mindere mate verstoren en zeer waarschijnlijk zal er dus een schokgolf kunnen worden waargenomen.</p>
<p>“Klaar.” De spieren trokken samen en brachten het lichaam in opperste paraatheid. Het hoofd gericht voor de voeten.</p>
<p>Indien de tijdbarrière overschreden wordt, beweegt het voorwerp niet meer in meters per seconden, maar in minus seconden per meter. Hoe harder het gaat, hoe meer seconden er per meter terug in de tijd wordt gereisd. En aangezien het voorwerp eerder op de plaats van bestemming is dan het vertrekt, beweegt het zich virtueel van finish naar start. Laat u zich hierdoor niet misleiden, het oog is een beperkt instrument. Hoe sneller het zich verplaatst van A naar B, des te langzamer ziet men het voorwerp gaan van B naar A. Tegelijk met de waargenomen beweging, is het voorwerp zichtbaar bij begin- en eindpunt. Het heeft drie verschijningsvormen op één en hetzelfde tijdstip. Hoe kan iets dit in den lijve verduren?</p>
<p>Een knal bracht het trommelvlies bruut in trilling en het lichaam vloog uit de startblokken. De finish kwam met grote sprongen naderbij.</p>
<p>Het is raadzaam de afstand beperkt te houden. Een voorwerp is van weinig nut, gisteren, in een ander melkwegstelsel.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em>Dit fragment is onderdeel van een <a title="Klein boekje tussen leven en dood" href="http://ranselrazer.nl/wp-content/uploads/2011/09/klein_boekje_tussen_leven_en_dood.pdf" target="_blank">veel groter geheel</a>, dat verder over heel andere dingen gaat. </em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ranselrazer.nl/2011/09/23/tijd-en-tijdreizen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

